Tine Hens schreef ‘Het klein verzet’, een boek waarin ze uitlegt wat transitie precies inhoudt en waarin ze vooral ook beschrijft waarom de transitiebeweging volgens haar niet meer te stoppen is. Vormingplus Kempen nodigde haar uit om haar inzichten en ervaringen te delen.
Waar is het fout gegaan?
Tine Hens: “We zijn met z’n allen in een race terechtgekomen die niemand had zien aankomen. De industrie brengt tegen een nooit gezien tempo producten op de markt en wij blijven die maar kopen. Rij eens naar Ikea -ik zou ook tientallen andere voorbeelden kunnen noemen- en kijk eens naar de duizenden auto’s die daar dagelijks door klanten worden volgestouwd. Dan vraag je je toch af hoe vaak je je woning opnieuw kan inrichten? Wanneer is het ‘genoeg’? Wat nog erger is, is dat wij dit gedrag normaal zijn beginnen vinden. Waar is het fout gegaan? Waar hebben we ergens een afrit gemist? Wanneer zijn we het normaal beginnen vinden om te kopen wat we kúnnen kopen en niet meer om te kopen wat we nodig hebben?”
“Meestal krijg je vage antwoorden op die vraag. Zoals: ‘Het is nu eenmaal de moderne tijd. Of het is de economie die dat wil’. Larie. De economie is niet meer dan een afspraak tussen mensen. Mensen bepalen de economie, niet omgekeerd.”
Spontaan en efficiënt
“Gelukkig stel ik vast dat het plafond blijkbaar bereikt is. Om me heen zie ik steeds meer mensen het anders aanpakten. Individueel of in groep. Ze gaan zelf groenten kweken, ze delen een auto, ze lenen en ruilen spullen en delen kennis en ervaring, ze bedenken alternatieve betaalsystemen… Die andere aanpak is intussen al een heuse beweging geworden: de transitiebeweging. Overal in Europa wint die beweging aan belang. Natuurlijk begint elke verandering klein. Daarom heb ik mijn boek ‘Het klein verzet’ genoemd. Maar transitie is een beweging die niet georkestreerd is, die van onderuit begint en die efficiënt en direct een oplossing bieden voor problemen die er zijn. Dat zijn grote troeven. Bovendien is bij transitie het middel even belangrijk als het doel: er wordt iets in gang gezet. Zo blijft de beweging zichzelf voortstuwen. Men vraagt me wel eens hoe groot de transitiebeweging kan worden. Mijn antwoord is simpel. De transitiebeweging is van ons. Ze wordt dus zo belangrijk als we zelf willen.”

