Waar beter bijleren over duurzame voedselproductie dan in een (voormalige) boerderij? Dinsdag 24 februari vormde de Klein Engelandhoeve in Turnhout het decor voor het snelst uitverkochte TransLab K evenement ooit. De avond begon met smaak. Korte Ketel, een samenwerking tussen bioboeren en kok Sara Colin, serveerde een heerlijke biomaaltijd. Daarna volgde een kennismaking met een groep van 13 Kempense bioboeren en een boek, allebei met de titel ‘Grondgenoten’.
“Een voedselrevolutie van boeren en burgers”, gaf ecodenker en auteur Dirk Holemans zijn boek mee als ondertitel. “Het is een pleidooi voor een ander soort landbouw”, legt hij uit aan het talrijk opgedaagde publiek. “Ik heb lang nagedacht over wat agro-ecologie inhoudt. Voor mij is dat het herstel van respectvolle relaties tussen boer, eter, omgeving, bodem, bedrijf en meer.” Die verbondenheid blijkt cruciaal voor onze gezondheid. “Er is een rechtstreeks verband tussen onze hersenen, ons immuunsysteem en ons microbioom, de verzameling van biljoenen micro-organismen in en op ons lichaam, voornamelijk in de darmen. Zo bepaalt gezond eten ons fysiek en mentaal welzijn.”
Dat ongezond eten vinden we vandaag nog vooral in de supermarkten. “Ik noem het geen voedsel maar fabriekseten. Als je thuis een cake maakt, een ‘quatre-quarts’, bevat die vier of vijf ingrediënten. Vergelijk dat eens met het lijstje op een verpakte cake uit de supermarkt. Bewaarmiddelen, smaakmiddelen, misschien zelfs zetmeel dat je ook in behangerslijm terugvindt… Allemaal zaken die je niet in de doorsnee keuken vindt.”

“Het voedsel in de supermarkten is fabriekseten. En dat krijg je alleen met industriële landbouw, monoculturen en pesticiden.” – Dirk Holemans, auteur ‘Grondgenoten’
Het type voedsel hangt samen met het type landbouw. “Dit zijn ingrediënten waarvoor je industriële landbouw met monoculturen en gebruik van pesticiden nodig hebt. In het midden van de winter liggen er tomaten in de rekken die allemaal even groot, even blinkend en even smaakloos zijn. De tomaat uit de moestuin bewaar je drie dagen, die uit de supermarkt drie weken. We hebben een grote omwenteling nodig om de situatie recht te trekken”, zegt Dirk Holemans. “Dat kan door terug respect te tonen voor de omgeving, de bodem, de boer, de consument. Voedsel is onze cultuur, wie we zijn, wat we met elkaar delen.”
600.000 langdurig zieken
Na de uiteenzetting van Dirk Holemans nodigt moderator Katrien Loots van Avansa Kempen twee extra gasten uit voor een panelgesprek: Grondgenoot en bioboer Dirk Hendrix en dokter Annelies Lenaerts. “Tien jaar geleden stampte ik samen met Willem Van Pelt het bio-ecologisch tuinbouwbedrijf Groentegeweld uit de grond”, stelt Dirk Hendrix zichzelf voor. “In het begin stonden we alleen te ploeteren. Met de hulp van Bioforum hebben we alle Kempense bioboeren samengebracht in de Grondgenoten.”

“De uitputting van de bodem en de uitputting bij de mens hangen samen.” – Arts Annelies Lenaerts
Annelies Lenaerts werkt voor een externe preventiedienst. “Vorig jaar ben ik met een opleiding tot landbouwer begonnen”, legt zij uit. “Zo ben ik bij Dirk en Willem op het veld beland.” Ze ziet dagelijks de gevolgen van ongezonde voeding. “Het is frappant dat ons land zoveel langdurig zieken, die meer dan een jaar afwezig zijn, telt, dat gaat richting de 600.000. Een groot deel heeft een burn-out of andere mentale klachten. De uitputting van de bodem en de uitputting bij de mens hangen samen. Toen mijn ouders een voedselbos aanplantten, begon mij te dagen dat dat gezondheid is. Je zorgt voor gewassen, je gaat in groepsverband aan het werk… Dat heeft mij geïnspireerd om een landbouwopleiding te volgen.”
De (on)zin van labels
Dirk Hendrix vertelt meer over het belang van een gezonde bodem voor een bioboer. “Wij produceren niks, alles groeit vanzelf. We zien onszelf eerder als ‘caretakers’, als zorgverleners voor onze bodem. Een paar jaar geleden hadden we last van de ziekte knolvoet. Van één van de kenniscentra die we contacteerden, kwam een expert ter plaatse kijken. Die verbaasde zich erover dat onze planten toch nog witte kool produceerden, dat had hij nog nooit gezien. Als je echt met je bodem bezig bent, dan volgt de productie wel.”

“We zijn een ecologische ramp aan het beleven en aan het betalen. Als burger heb je de keuze waar je je geld uitgeeft, in de supermarkt of op de boerderij.” – Bioboer Dirk Hendrix
De Grondgenoten zijn Kempense bioboeren. Maar wat houdt dat ‘bio’ precies in? “Dat ze beantwoorden aan bepaalde opgelegde criteria”, aldus Dirk Holemans. “Pakweg sociale eisen horen daar niet bij. Zo is het goed mogelijk dat je biologische tomaten uit Spanje geplukt zijn door sociaal uitgebuite Noord-Afrikanen. Ook het label ‘korte keten’ is niet heiligmakend. Het biedt een boer meer kansen, maar hij kan net zo goed pesticiden gebruiken.”
“Veel bioboeren gaan verder dan wat het label vereist”, nuanceert Dirk Hendrix. “Voor de term ‘agro-ecologisch’ zijn er dertien principes uitgeschreven, maar die zijn nergens gekwantificeerd.”
De prijs van ons eten
Een vaak aangehaald argument: labels verhogen de prijs, bio is duur. “Financieel is het absurd”, bevestigt Dirk Holemans. “We betalen vier keer voor ons voedsel. Om te beginnen al via belastingen: een derde van het EU-budget gaat naar landbouw. Dan passeren we in de supermarkt langs de kassa. Nadien draaien we nog eens op voor de kosten van onze gezondheidsproblemen en voor de impact van fabriekseten op ons leefmilieu.”
“We zijn een ecologische ramp aan het beleven en aan het betalen”, stelt ook Dirk Hendrix vast. Voor de oplossing hoeft hij het niet ver te gaan zoeken. “Als burger heb je de keuze waar je je geld uitgeeft, in de supermarkt of op een boerderij.” “In Frankrijk zag ik in een coöperatieve winkel papieren zakken met het opschrift ‘Als eter kies je drie keer per dag’”, vult Dirk Holemans aan. “Als kiezer is dat maar één keer om de vier of vijf jaar.”
In zijn boek reikt Dirk Holemans nog een mogelijke oplossing aan: het spiraaldenken. “We zijn opgeleid om lineair te denken, terwijl dingen elkaar beïnvloeden, versterken en versnellen. Je kiest voor gezond voedsel, voelt meer energie, gaat meer bewegen, doet meer dingen samen…”

Waalse voedselgordels
“In Wallonië zijn er rond drie grote steden zogenaamde ‘ceintures alimentaires’ of voedselgordels”, vertelt Dirk Holemans. “De landbouwers hebben zoveel mogelijk gegarandeerde lokale afname van scholen, ziekenhuizen en overheid. Op enkele jaren tijd zijn ze van 20 naar 200 boeren en van 4 naar 30 coöperaties gegaan.”
Ondertussen hebben de voedselgordels hun eigen fabrieken en slachterijen. “Zulke plekken zijn belangrijk. In Gent is een biologische kaasmakerij uit het centrum verhuisd, daar is nu een overdekte markt gekomen met vers fruit en groenten, brood, kaas en meer. Zoiets heeft elke gemeente nodig.” “Het duurt nog wel een paar jaar voor we hier ook zo ver zijn”, lacht Dirk Hendrix. “De eerste stappen kosten veel energie, maar er is animo en ambitie om ook hier alles in gang te trekken.”
Groepsdiscussie
Na het panelgesprek maakt Avansa Kempen tijd voor uitwisseling in drie kleinere groepen. Uit een korte recap blijkt dat verschillende dingen zijn blijven hangen, zoals de verschillen en gelijkenissen tussen biologische en ‘industriële’ boeren, en de beweging van onderuit die nodig is om onze voedselcultuur te veranderen. Vervolgens krijgen de aanwezigen enkele stellingen voor de voeten geworpen.
Die vormen de aanleiding tot geanimeerde discussies. “Ook in bewerkt eten is er een verschil tussen de voedingswaarde van een veggieburger en een zak chips”, vindt Bart. “Gezonde voeding vraagt moed en centen, dat maakt het frustrerend”, zegt Karolien. “Supermarkten kijken naar de markt, als zij inzetten op de korte keten, volgt de rest”, aldus Wout. Op hun website nodigen de Kempense bioboeren iedereen uit om Grondgenoot te worden. Die uitnodiging viel duidelijk niet in dovemansoren in de volgepakte Klein Engelandhoeve.
Kijk ook e
ens op: www.grondgenoten.be
Het boek van Dirk Holemans ‘Grondgenoten’ is verkrijgbaar via uitgeverij EPO.
Foto’s © Chris Stessens

